Details over de windturbines van De Drentse Monden en Oostermoer (DMO)

Wat is de afstand van mijn woning tot de windturbines?

Die afstand kunt u zelf inmeten via een speciale website van het Rijk waar alle Ruimtelijke Plannen staan vermeld.
Lees eerst de werkwijze en klik dan op de link naar de website.

Werkwijze
* Ga naar de genoemde website
* schuif met je muis en vergroot eventueel de kaart uit
* Klik in het menuutje rechts (bij + en -) op het derde icoontje (Meten en  coördinaten)
* Klik op één van de turbines en trek een lijn naar de locatie (bv. uw woning). In het scherm ziet u dan de afstand vermeld staan.
* Als u dubbelklikt verdwijnt de lijn en kunt u een nieuwe meting doen.

Meet de afstand van windmolens tot uw woning
Waar staan de windmolens precies?

Windpark De Drentse Monden en Oostermoer telt 45 windturbines (molens). Die komen  in het noordelijke deel van de Drentse Veenkoloniën, in de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze.
De windmolens worden geplaatst in zes lijnopstellingen. Die zijn verspreid over beide gemeenten.
De exacte locatie kunt u op het dit kaartje zien.

Hoe hoog worden de windturbines?

De ashoogte van de windturbines wordt 145 meter. De rotordiameter is 131 meter. De tiphoogte –het hoogste puntje van de molen op het moment dat een wiek recht overeind staat– wordt daarmee 210,5 meter.
Hoger in de lucht waait het harder en vaker waardoor de windmolens meer stroom leveren. Daarom moeten ook de wieken lang zijn: ze vangen dan meer wind.

Waait het in deze regio hard genoeg om elektriciteit op te wekken?

Ja. Vanaf windkracht 3 wekt een windmolen al stroom op, maar  de molen levert meer als het harder waait.
Het gaat bij windmolens niet om hoe hard het waait op de grond, maar om de windsnelheid op grotere hoogte. Daar waait het harder en constanter. De wind wordt op die hoogte niet onderbroken door bijvoorbeeld gebouwen en bomen. Daarom zijn windmolens groot en hebben ze lange ‘wieken’.
Een windmolen wekt al stroom op vanaf een windsnelheid van drie meter per seconde. Uit de windkaart van het KNMI blijkt dat de windsnelheid in de gemeenten Aa en Hunze en Borger Odoorn op honderd meter hoogte gemiddeld meer  dan zeven meter per seconde is. Dat is dus gemiddeld twee keer harder dan windmolens minimaal nodig hebben.

De windkaart toont dat het in dit gebied in Drenthe harder waait dan in grote delen van Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. In de kustprovincies en op zee waait het nog harder.

Hoeveel stroom wekken de windmolens in dit windpark op?

De 45 windmolens van windpark De Dretse Monden en Oostermoer leveren per jaar ongeveer evenveel stroom als 225.000 huishoudens per jaar verbruiken. Ter vergelijking: de provincie Drenthe telt 216.000 huishoudens.

Er staan in Nederland al veel windmolens. Op de website www.energieopwek.nl kunt u live zien hoeveel stroom al die windmolens samen opwekken. Op een winderige dag is dat al gauw genoeg stroom voor een paar miljoen huishoudens.

Komen er lichten op alle windmolens? 

Ja, er komen lichten op de windmolens. Dat is wettelijk verplicht bij windmolens met een tiphoogte van meer dan 150 meter. De windmolens in dit windpark krijgen een tiphoogte van 210,5 meter.
Dee verlichting zorgt ervoor dat de molens te zien zijn voor vliegtuigen.
Overdag moet er een wit licht branden en ’s nachts een rood licht. Voorheen moesten dat rode knipperende lampen zijn. Maar vanuit onder anderen omwonenden komt daarop de kritiek dat deze knipperende lampen storend zijn. Daarom zullen lampen op windmolens van De Drentse Monden en Oostermoer ’s avonds en ’s nachts (na zonsondergang) continu branden, dus zonder te knipperen. Dat zorgt voor een rustiger beeld. Bovenop de windturbine komt één lamp; en aan de toren komt één rij van vier lampen.  De lampen worden gedimd als het helder weer is.

Er is een speciaal verlichtingsplan opgesteld voor deze windmolens waarin al deze aspecten worden meegenomen. Het doel is dat er een balans komt tussen het zichtbaar maken van de windmolens vanwege de luchtvaartveiligheid en zorgen dat de lichten op de windmolens niet een te grote impact op de omgeving hebben.

NOOT: in de eerste maand na afronding van de bouw, wordt een windmolen nog technisch afgewerkt. Er is dan sprake van een tijdelijke verlichting die kan afwijken van de eindversie.

Welke routes rijdt het bouwverkeer?

De routes voor Fase 1 en 2 (in 2020) zijn binnenkort bekend. Die fases omvatten het grondverzet (aanleg en bouw van bouwstraten en opstelplaatsen) en van de fundering (aanvoer vlechtijzer en beton). Later volgen de routes voor de turbine-onderdelen (12 speciale transporten per windmolen).

Bekijk hier:
*Route bouwverkeer in Noord (Rij 1, 2 en 3)  – Fase 1 +2 (eerste helft 2020)

* Route bouwverkeer in Zuid (Rij 4, 5 en 6) – Fase 1 + 2 (eerste helft 2020)