Update Veelgestelde vragen

Met deze rubriek veelgestelde vragen hopen we veel en duidelijke informatie te geven over windpark De Drentse Monden en Oostermoer. We hebben ons best gedaan zoveel mogelijk vragen te beantwoorden. Staat uw vraag er toch niet tussen? Stuur die naar info@drentsemondenoostermoer.nl .

  1. Waarom worden er windmolens gebouwd in Nederland?

Windmolens zijn hard nodig om klimaatverandering snel af te remmen. Klimaatverandering is een serieus probleem en zal effect hebben op alle inwoners van Drenthe, Nederland en eigenlijk alle mensen op aarde. Het wordt veroorzaakt door de vele broeikasgassen die vrijkomen bij het verbranden van fossiele brandstoffen als olie, kolen en gas. Als we dat in de komende jaren niet veranderen, zadelen we onszelf en zeker de generaties na ons op met een aarde die deels onbewoonbaar is. Windmolens zorgen dat er net als nu stroom uit het stopcontact komt, maar stoten daarbij geen broeikasgassen uit. Zo dragen zij eraan bij klimaatverandering af te remmen.

Hierom en ook om energieonafhankelijk te worden, hebben het Rijk en de provincies afgesproken dat er in 2020 meer windmolens in Nederland moeten staan. Het gaat om 6000 MW aan opgesteld vermogen, zoals dat officieel heet. Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3 MW. Dus het gaat om ongeveer 2000 windmolens in heel Nederland. Dat aantal is verdeeld over de provincies. Als dat aantal is bereikt, is de klimaatverandering nog niet afgeremd. Al deze windmolens, veel zonnepanelen en nog meer vormen van duurzame energie zorgen ervoor dat dan pas 14 procent van onze energie duurzaam wordt opgewekt. Dan hebben we dus nog 86 procent te gaan.

 

  1. Van wie is het idee om op deze plek in Drenthe windmolens te bouwen?

Het Rijk en de provincie hebben dit gebied aangewezen als mogelijke locatie voor een groot windpark binnen de Rijkscoördinatieregeling. Na uitgebreid onderzoek blijkt dat dit gebied daarvoor inderdaad geschikt is. Vervolgens hebben de initiatiefnemers de handschoen opgepakt.

Dit zijn de initiatiefnemers van windpark De Drentse Monden en Oostermoer:

Duurzame Energieproductie Exloërmond B.V. (DEE).
Dit is een samenwerkingsverband van tientallen boeren uit het gebied. Zij willen naast hun agrarisch bedrijf ook duurzame energie ontwikkelen en exploiteren. Dat willen zij samen doen met omwonenden in de vorm van een agroburgerwindpark. Daarvoor werkt DEE samen met burgercoöperatie De Windvogel. Het doel van deze samenstelling is dat een deel van de windmolens in handen komt van de mensen die er in de buurt wonen. Dat kan door lid te worden van de coöperatie. Meer informatie daarover vindt u hier.

Windpark Oostermoer Exploitatie B.V. is ook een samenwerkingsverband van tientallen agrarische ondernemers uit het gebied. Zij worden ondersteund door de Windunie, een coöperatie van windmolenaars en ontwikkelaar van windparken in lokaal eigendom. Meer daarover kunt u hier lezen.

Energiebedrijf Raedthuys Pure Energie uit Enschede ontwikkelt sinds 1995 windmolens in Nederland. Al in 2000 begon het bedrijf met boeren uit Nieuw-Buinen een initiatief voor een windpark. Dat is nu onderdeel van De Drentse Monden en Oostermoer. Iedereen die wil, kan klant worden van Raedthuys Pure Energie en zo elektriciteit krijgen die is opgewekt door de windmolens die het bedrijf zelf heeft. Pure Energie is inmiddels vier jaar achter elkaar uitgeroepen tot ‘Groenste energieleverancier van Nederland’. Meer informatie vindt u hier.

 

  1. Hoeveel windmolens komen er en waar?

Het plan is dat er 45 windmolens worden geplaatst in windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Die komen dan te staan in het noordelijke deel van de Drentse Veenkoloniën, in de gemeenten Borger-Odoorn en Aa en Hunze.

De windmolens worden geplaatst in zes lijnopstellingen. Die zijn verspreid over het gebied van 2e Exloërmond, Nieuw-Buinen, Drouwenermond en Gasselternijveen. De exacte locatie kunt u op het onderstaande kaartje zien.

windpark-ddmom-45-windturbines

 

 

 

 

 

 

 

  1. Waarom is er voor dit gebied in Drenthe gekozen om windmolens te plaatsen?

De plek waar windpark De Drentse Monden Oostermoer staat gepland, is voor windmolens een goed gebied. Het waait er vaker en harder dan op andere plekken in het land. Daarnaast is de bevolkingsdichtheid er relatief laag. Onder meer doordat het er weids is en het gebied met name als gevolg van de turfwinning  door mensenhanden is ontstaan, vinden het Rijk en de provincie Drenthe dit gebied geschikt voor windmolens. Verder is het een ‘grootschalig agrarisch productielandschap’, zoals dat officieel heet. Dat betekent dat er flink wat boeren zijn die hier het land verbouwen. Dat is het dominante beeld in dit gebied.

Verder bestaat het gebied uit veel rechte lijnen, zoals de akkers en wegen. Door windmolens daarlangs te plaatsen, ontstaat er een rustiger beeld dan windmolens die door elkaar staan. In regio’s zoals dit gebied in Drenthe passen windmolens. Dat vinden het Rijk, de provincie Drenthe, de Europese Unie en ook landschapsexperts.

Er zijn door het Rijk en de provincie Drenthe uitgebreide rapporten gemaakt over het hoe, waar en waarom van windmolens in Nederland en Drenthe. Het rapport van het Rijk heet ‘Structuurvisie windenergie op land’ en kunt u hier lezen. Van de provincie Drenthe heet dat rapport ‘Gebiedsvisie windenergie Drenthe’ en dat kunt u hier lezen.

Overigens komen er in alle provincies meer windmolens. In zeker vijf provincies komen (aanzienlijk) meer windmolens dan in Drenthe. Dat is het gevolg van de afspraken tussen Rijk en provincies om te zorgen dat er in 2020 meer windmolens op land staan. Dit is een van de vele maatregelen die nodig zijn in Nederland om klimaatverandering tegen te gaan.

 

  1. Hoe hoog worden de windmolens in dit windpark?

Dat is nog niet tot op de centimeter nauwkeurig bekend. De oorzaak daarvan is dat de techniek van windmolens zich nog ontwikkelt: windmolens worden steeds beter. Omdat de initiatiefnemers de beste windmolen willen bouwen die op dat moment beschikbaar is, wordt de keuze voor het type windmolen en daarmee de exacte hoogte ervan later gemaakt.

Wel zijn de grenzen duidelijk. De ashoogte van de windmolens wordt minimaal 119 meter en maximaal 145 meter. De rotordiameter wordt minimaal 112 meter en maximaal 131 meter.

Er is ook nog de tiphoogte. Dat is het hoogste puntje van de molen op het moment dat een wiek recht overeind staat. De tiphoogte van de windmolens wordt minimaal 175 meter en maximaal 210,5 meter. In onderstaand plaatje wordt uitgelegd wat precies de ashoogte, rotordiameter en tiphoogte is.

Uitleg termen windmolens

Hoger in de lucht waait het harder en vaker waardoor de windmolens meer stroom leveren. Daarom moeten ook de wieken lang zijn: ze vangen dan meer wind. Daar kunt u hier meer over lezen.

 

  1. Is al bekend wanneer de bouw van de windmolens begint?

Nee, nog niet precies. Eerst moet de Raad van State een beslissing nemen over dit windpark. De minister van Economische Zaken heeft in september 2016 alle definitieve besluiten genomen en vergunningen verleend. Maar hiertegen is door meerdere mensen en instanties beroep aangetekend bij de Raad van State. Dat is de hoogste rechter van Nederland. Als de Raad van State de besluiten en vergunningen goedkeurt, kan het project doorgaan en wordt duidelijk wanneer de bouw begint.

De voorlopige planning is nu dat in de loop van 2017 de Raad van State een besluit neemt. Als het windpark kan doorgaan, worden de besluiten onherroepelijk gemaakt. Dat gebeurt dan ook nog in de loop van 2017. Als het licht op groen gaat door de uitspraak van de RvS, willen de initiatiefnemers de bouw van het windpark voortvarend oppakken zodat het windpark uiterlijk 2020 volledig operationeel is. 

 

  1. Wekken windmolens veel stroom op?

De 45 windmolens die staan gepland voor dit gebied in Drenthe leveren per jaar ongeveer evenveel stroom als 187.500 huishoudens per jaar verbruiken. Dat is 84 procent van de Drentse huishoudens.

Er staan in Nederland al best veel windmolens. Op de website www.windstats.nl kunt u live zien hoeveel stroom al die windmolens samen opwekken. Op een winderige dag is dat al gauw genoeg stroom voor een paar miljoen huishoudens. Ook www.energieopwek.nl is een interessante website.

 

  1. We hebben toch niks aan windmolens als het niet waait?

Dat klopt. Als het niet waait, leveren windmolens geen stroom. Gelukkig waait het in Nederland vaak en het hoeft ook niet heel hard te waaien om te zorgen dat de windmolens veel stroom leveren.
De molens draaien op vol vermogen tussen windkracht 3 en 6. Maar bijvoorbeeld bij windkracht 2 draaien ze ook al en leveren ze stroom.

 

  1. Waait het wel hard genoeg in Drenthe voor windmolens?

Ja. Vanaf windkracht twee wekt een windmolen al stroom op, maar natuurlijk levert de molen meer als het harder waait.

Het gaat bij windmolens niet om hoe hard het waait op de grond, maar om de windsnelheid op grotere hoogte. Daar waait het harder en constanter. De wind wordt op die hoogte niet onderbroken door bijvoorbeeld gebouwen en bomen. Daarom zijn windmolens groot en hebben ze lange wieken.

Een windmolen wekt al stroom op vanaf een windsnelheid van drie meter per seconde. Uit de windkaart van het KNMI blijkt dat de windsnelheid in de gemeenten Aa en Hunze en Borger Odoorn op honderd meter hoogte gemiddeld meer  dan zeven meter per seconde is. Dat is dus gemiddeld twee keer harder dan windmolens minimaal nodig hebben. 

Daarmee waait het in dit gebied in Drenthe harder dan in grote delen van Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. In de kustprovincies en op zee waait het nog harder. Maar we hebben zoveel groene stroom nodig dat we niet alleen daar windmolens kunnen plaatsen. Ook in gebieden zoals hier in Drenthe zijn windmolens nodig.

 

  1. Kunnen we niet beter alle windmolens op zee zetten?

Veel mensen zien windmolens liever niet in de buurt van hun huis. Daarom wordt vaak geopperd alle windmolens op zee te zetten. Dat klinkt aantrekkelijk, maar dat is toch wat ingewikkelder.

Windmolens op zee zijn niet beter dan op land of andersom. Het is simpelweg zo dat we in Nederland heel veel energie verbruiken. Ook als we ons energieverbruik verminderen, hebben we nog steeds erg veel energie nodig. Als we die energie allemaal willen opwekken zonder dat er broeikasgassen worden uitgestoten, hebben we alle technieken nodig. Dan zijn er windmolens op land én op zee nodig, en zonnepanelen en bijvoorbeeld stroom opgewekt met stromend water. We kunnen niet kiezen. Het is en-en-en. Daar kunt u in dit artikel meer over lezen.

Daarnaast zitten er ook voordelen aan windmolens op land. Mensen kunnen makkelijk mee-investeren of mede-eigenaar worden, het levert banen op in het gebied waar de windmolens staan en de opbrengsten van de windmolens worden gedeeld met omwonenden.

Dan is er nog de prijs. Windmolens op zee worden snel goedkoper. Een kanttekening daarbij is wel dat de Nederlandse overheid bij windmolens op zee bijvoorbeeld alle vergunningen regelt en netbeheerder TenneT de stroomkabels naar het vaste land regelt en betaalt. Dat kost veel geld, maar dat hoeven de windmolenbouwers niet te betalen. Daardoor lijken windmolens op zee goedkoop, maar dat komt mede doordat de overheid en Tennet – en dus de belastingbetaler – een deel van de kosten betaalt. Windmolenbouwers op land moeten dat allemaal zelf betalen en regelen. De prijzen tussen windmolens op zee en land zijn zodoende lastig te vergelijken. Daar kunt u hier meer over lezen.

  1. Kunnen we alle windmolens in Drenthe niet vervangen door zonnepanelen?

Windmolens en zonnepanelen hebben we allebei nodig. Ze vullen elkaar mooi aan, want als het waait, schijnt de zon soms minder hard en andersom. Ook is het voordelig om een netaansluiting voor zowel windmolens als zonnevelden te benutten.

Het is makkelijk gezegd om alle windmolens door zonnepanelen te vervangen, maar onmogelijk om te doen.

Er zijn heel veel zonnepanelen nodig om evenveel stroom op te wekken als één windmolen opwekt. In Nederland is er bovendien meer wind dan zon. Zonnepanelen werken in ons land ongeveer 1000 uur per jaar op vol vermogen. Windmolens draaien per jaar ongeveer drie keer zoveel op op vol vermogen. Om alle windmolens van De Drentse Monden en Oostermoer te vervangen door zonnepanelen, moet er een gebied van ongeveer acht bij één kilometer helemaal vol liggen met zonnepanelen. Om een indruk van de omvang te geven: het duurt wel een uur voordat iemand rondom dat gebied is gefietst.

Als er zoveel grond vol ligt met zonnepanelen, kan daar niks anders gebeuren. Voor de landbouw is deze grond niet meer te gebruiken.
Bovendien zijn we er dan nog lang niet. Dit windpark draagt bij aan de doelstelling om in 2020 veertien procent van de energie in Nederland duurzaam op te wekken. Daarna hebben we dus nog 86 procent te gaan. Er is simpelweg niet genoeg ruimte om dat allemaal met zonnepanelen te doen. 

Ook hebben zonnepanelen veel meer subsidie nodig dan windmolens om uit de kosten te komen, omdat ze minder efficiënt zijn. Ondanks dat zonnepanelen beter en goedkoper worden, is het verschil met windmolens nog steeds erg groot. Het windpark De Drentse Monden en Oostermoer vervangen door een zonnepark dat evenveel energie opwekt, zorgt ervoor dat er jaarlijks miljoenen euro’s extra SDE+ -subsidie nodig is. Over 15 jaar gemeten – zo lang worden wind- en zonneparken minimaal geëxploiteerd – kan dat oplopen tot zelfs enkele honderden miljoenen euro’s extra. Alleen voor dit zonnepark in Drenthe. Dat is geld dat moet worden opgebracht door de belastingbetaler. Om het belastinggeld zo efficiënt mogelijk te besteden, is het dus wel nodig om ook op de prijs te letten. Door alleen met zonnepanelen te werken, lopen we het risico dat de omslag naar duurzame energie onbetaalbaar wordt.
Meer over dit financiële verschil kunt u lezen in een brief van de minister van Economische Zaken en een onderzoeksrapport daarover. Die kunt u hier vinden.

  1. Zijn er op andere plekken in Nederland windparken van vergelijkbare omvang?

Windpark Zeewolde is een nog groter windpark dan Drentse Monden en Oostermoer. Binnenkort wordt dit windpark vernieuwd door er minder, maar grotere turbines neer te zetten. Windpark Zeewolde is een initiatief van Ontwikkelvereniging Zeewolde, die bestaat uit bewoners, agrarisch ondernemers en moleneigenaren uit ontwikkelgebied Zuidelijk Flevoland. De huidige 220 windmolens uit het gebied zullen plaats maken voor 93 grotere, modernere windmolens, die vanaf 2020 groene stroom voor zo’n 280.000 huishoudens opleveren. Windpark Zeewolde draagt hiermee bij aan het behalen van de provinciale en nationale energiedoelstellingen.
Andere grote windpark zijn bijvoorbeeld N33, Wieringermeer en Zuidlob.

  1. Krijg ik last van het geluid van windmolens?

Windmolens maken geluid doordat de wieken draaien door de wind. Ook maken de ronddraaiende as, tandwielen en generator bovenin de windmolen geluid. Maar nieuwe windmolens zijn goed geïsoleerd of hebben vaak helemaal geen tandwielkast meer waardoor dit geluid niet goed te horen is.
Het andere geluid komt van de ronddraaiende wieken. Daardoor wordt er lucht verplaatst en dat is te horen als een gezoef of gezwiep. Dat is de grootste geluidsbron van een windmolen. Het is mogelijk om geluid verder te beperken door bijvoorbeeld windmolens te kiezen die wieken hebben met een uilenvleugelstructuur. Lees hier meer over de uilenvleugelstructuur.

Er zijn duidelijke wettelijke grenzen waarbinnen het geluid van de windmolens moet blijven. Die grenzen worden bij windpark De Drentse Monden en Oostermoer natuurlijk gerespecteerd.

Of mensen last hebben van het geluid, is heel persoonlijk. Dat blijkt uit meerdere onderzoeken en voorbeelden uit de praktijk. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of er bijvoorbeeld aan deelneemt doordat hij of zij mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks. En als die persoon ze hoort, haalt die er sneller de schouders over op en ervaart het niet als overlast. Het blijkt steeds opnieuw dat die aspecten belangrijk zijn bij het beantwoorden van de vraag of windmolens geluidsoverlast veroorzaken. Daarnaast gelden er geluidsnormen voor de windmolens. Deze zijn zo opgesteld dat het geluid van de windmolens wordt beperkt tot een niveau waarmee wordt voorkomen dat het geluid effect heeft op de gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden.

Geluid wordt gemeten in decibel en de afkorting daarvan is dB(A). Hoe verder van de windmolen af, hoe zachter het geluid klinkt. Onderstaande illustratie (bron: factsheet RVO/EZ) laat goed zien hoe het werkt met het geluid van windmolens:

Illustratie geluid windmolen

 

 

 

 

 

 

 

Hier kunt u meer lezen over de geluidsnormen die gelden voor windmolens.

In 2015 is onderzoek gedaan door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In dit onderzoek en in eerder onderzoek is gekeken naar locaties waar windmolens de maximale hoeveelheid geluid produceren die wettelijk is toegestaan (Lden = 47 db(A)).
Van de omwonenden die wonen op deze maximale geluidsnorm zegt 17 procent aan dat jaar hinder van windturbinegeluid binnenshuis te hebben ervaren.
Van de omwonenden die wonen op deze maximale geluidsnorm zegt 8,1 procent ernstige hinder van windturbinegeluid binnenshuis te hebben ervaren.
Dat betekent dat 83 procent van de ondervraagden die op de maximale geluidsnorm van Lden 47 dB(A) wonen in het afgelopen jaar geen hinder binnenshuis heeft ervaren.
De overgrote meerderheid zegt in huis geen last van het geluid van de windmolen te hebben. Daarbij gaat dit dus om mensen waarbij de windmolen de hoeveelheid geluid produceert die maximaal is toegestaan. In de praktijk is bij veel huizen de afstand tot de windmolen groter waardoor de windmolen minder goed is te horen.

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat het aantal decibellen dat de windmolens produceren slechts één van de factoren is die bepaalt of mensen last hebben van windmolengeluid. Er zijn veel andere zaken die dat mede bepalen. Wat is bijvoorbeeld de mening van omwonenden over windmolens in het algemeen? Wie windmolens ziet als een oplossing voor het klimaatprobleem, heeft vaak minder tot geen last van het geluid. Wie niet overtuigd is van het nut en de noodzaak van windmolens, kan zich sneller storen aan het geluid dat hoorbaar is.

Het onderzoek van het RIVM over het geluid van windmolens is openbaar en te vinden op deze website. De directe link naar het onderzoeksrapport is hier te vinden.

Hier kunt u de kaarten met de geluidscontouren van windpark De Drentse Monden en Oostermoer zien. 
De rode lijn op de kaarten is de contour van Lden 47 dB. Dat is de wettelijke norm. Meer dan Lden 47 dB mag er niet op de gevel van bijvoorbeeld een woning aan geluid worden geproduceerd. 

Klik hier voor de geluidscontouren voor de noordelijke helft van het windpark.
Klik hier voor de geluidscontouren voor de zuidelijke helft van het windpark.

  1. Krijg ik last van slagschaduw van de windmolens?

Wat slagschaduw is, kunnen we het beste direct laten zien met een plaatje:

illustratie slagschaduw windmolen

 

 

 

 

 

 

De zon schijnt tegen een windmolen aan en dan ontstaat achter de molen een schaduw. Als de wieken dan draaien door de wind, beweegt die schaduw ook. Die bewegende schaduw heet slagschaduw. Mensen kunnen daar last van hebben als die schaduw bijvoorbeeld over een raam van het huis gaat.
Slagschaduw ontstaat het vaakst in de lente en de herfst. De zon staat dan lager, terwijl de zon nog wel met enige regelmaat schijnt. In de winter staat de zon lager en is de schaduw van de windmolen langer, maar in de winter schijnt de zon minder vaak waardoor er minder vaak sprake is van slagschaduw dan in de herfst en het najaar. In de zomer schijnt de zon vaak, maar staat dan ook veel hoger aan de hemel waardoor de schaduw van de windmolen aanzienlijk korter is. 

Er is een wettelijke norm voor slagschaduw: zeventien dagen per jaar mag er meer dan 20 minuten slagschaduw worden veroorzaakt. Alle andere dagen van het jaar mag de slagschaduw minder dan 20 minuten per dag duren.
De initiatiefnemers van windpark De Drentse Monden en Oostermoer hebben besloten de norm zo te interpreteren dat er maximaal zes uur slagschaduw per jaar mag ontstaan. Dat is dus aanzienlijk minder dan volgens de wettelijke norm zou mogen.

Deze grens van maximaal zes uur slagschaduw per jaar geldt voor woningen, scholen, verpleeg-, verzorgings- en ziekenhuizen, kinderdagverblijven en psychiatrische instellingen in de omgeving van de windmolens.

 

  1. Zijn windmolens slecht voor mijn gezondheid?

Er zijn mensen die vrezen dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen.  Er is veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp, bijvoorbeeld door de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De conclusie uit dat onderzoek is duidelijk: er is geen bewijs dat windmolens mensen ziek maken. Dat directe verband is niet ontdekt.

Ook zijn er mensen die zorgen hebben over het laagfrequent geluid dat windmolens maken. Ook hiervoor geldt dat niet is aangetoond dat dit geluid tot gezondheidsschade leidt. Daar kunt u hier meer over lezen.
Daarbij is het belangrijk op te merken dat er nog veel meer bronnen van laagfrequent geluid zijn. Allerlei machines, apparaten en bijvoorbeeld wegen maken ook dit geluid. Vaak nog meer dan windmolens maken. Bovendien wordt er in de geluidsnormen voor windmolens rekening gehouden met laagfrequent geluid. Zo wordt voorkomen dat er te veel van dit geluid wordt geproduceerd.

Meer over onderzoek van de GGD naar het effect van windmolens op de gezondheid van omwonenden is hier te vinden.
Ook de Correspondent – een onafhankelijk journalistiek medium dat zich vooral richt op onderzoek, achtergronden en fact checking – schreef over dit onderwerp een artikel.

 

  1. Wordt mijn huis minder waard door windmolens in de buurt?

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe is gedaan, blijkt dat woningen hooguit een paar procent minder waard kunnen worden. Dit is afhankelijk van de afstand tot de windmolens. Uit onderzoek is gebleken dat dit effect in sommige gevallen tijdelijk is. Dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer gelijk is aan woningen in de omgeving. Veel meer daarover en ook een verwijzing naar de onderzoeken die zijn gedaan, is te vinden op website van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA).

Verder kunnen omwonenden een beroep doen op de wettelijke planschaderegeling.

 

  1. Verpesten windmolens het landschap?

Windmolens vallen zeker op in het landschap. Dat geldt ook voor windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Het gaat om 45 grote windmolens waardoor de huidige aanblik van het landschap verandert. Dat bewoners van het gebied dit een wel erg grote verandering vinden en niet direct een verbetering, is uiteraard te begrijpen. Het is niet niks. Om een indruk te krijgen hoe het eruit ziet als er windmolens in dit gebied in Drenthe staan, zijn er visualisaties gemaakt. Die kunt u hier bekijken.

Maar het landschap verpesten? Dat is voor een belangrijk deel een persoonlijk oordeel. Er zijn best veel mensen die als kind opgroeien in een gebied waar veel windmolens staan. Die vinden windmolens zelfs mooi en juist thuis horen bij de omgeving. Maar wie nog nooit windmolens in de buurt heeft gehad, moet er misschien niet aan denken.

De vraag of windmolens het landschap verpesten, moet dus door iedereen persoonlijk worden beantwoord. Daarin is geen goed of fout antwoord te geven. Iedereen heeft recht op zijn of haar mening hierover.

 

  1. Waar kan ik als bewoner van dit gebied nu nog over meebeslissen?

    De windmolens komen er. De plekken zijn bepaald. Hoeveel windmolens er komen en hoe hoog ze maximaal worden, is besloten. U hebt als inwoner van het gebied nog wel invloed de verdeling van de lusten van het windpark. Vooral het gebiedsfonds is daarin belangrijk. U kunt ideeën bedenken waaraan dit geld kan worden besteed en daarover meebeslissen. Dan bepaalt u samen met anderen echt waaraan het geld wordt uitgegeven.

U kunt daarnaast lid worden van burgercoöperatie De Windvogel. De Windvogel vindt het belangrijk dat de lokale bevolking profijt ondervindt van het nieuwe windpark. Iedereen die lid wordt, kan profiteren van en meebeslissen over de opbrengsten. Voor eenmalig €50 euro bent u lid van coöperatieve vereniging De Windvogel. De coöperatie is eigenaar van twee windmolens die zo in handen komen van de burgers. Daarnaast kunt u een bedrag naar keuze (een veelvoud van €50) investeren in het windpark. Daarover ontvangt u een goed rendement, wat we samen bepalen.

Bij voorkeur richt De Windvogel samen met de inwoners een lokale burgercoöperatie op. Zo blijven alle beslissingen over en opbrengsten van de windmolens bij de bewoners zelf. De lokale economie profiteert optimaal. Met het geld dat de lokale coöperatie beheert, kunnen er vele nieuwe duurzame projecten voor de regio gefinancierd worden. Zo zijn de windmolens een vliegwiel voor nieuwe duurzame ontwikkeling. Wilt u meehelpen om de lokale coöperatie op te bouwen? Stuur dan een mail naar info@windvogel.nl

De regeling voor participatie in Oostermoer kan op maat worden gemaakt de komende periode. Samenwerking met een burgercoöperatie of het uitgeven van obligaties kan bijvoorbeeld tot de mogelijkheden behoren. In de verder uit te werken participatieregeling zal de nadruk komen te liggen op participatiemogelijkheden voor de omwonenden van het windpark. Algemene informatie over Windunie vindt u hier .

Een andere mogelijkheid is via een obligatie geld te lenen aan één van de initiatiefnemers van het windpark. Daar krijgt u dan een rendement op.

U kunt ook nog bepalen uit welke windmolen u voortaan uw stroom wilt krijgen. Dat kan door lid te worden van een coöperatie of door klant te worden bij energiebedrijf Pure Energie.

19. Het gebiedsfonds: wat is dat precies?

Het gebiedsfonds is een jaarlijkse geldstroom waarmee omwonenden de leefbaarheid in het gebied kunnen verbeteren. Daarbij valt te denken aan een revolverend fonds (geleend geld uit het fonds wordt terugbetaald zodat het weer kan worden uitgeleend) voor zonnepanelen, isolatiemaatregelen, internetverbindingen, ledverlichting in straatlantaarns, groenvoorzieningen en nog veel meer. Bewoners van het gebied rondom de windmolens bepalen zelf wat zij hiermee doen. Dit geld komt van de provincie Drenthe en de initiatiefnemers van het windpark. Bij vrijwel alle windmolens in Nederland wordt een dergelijk fonds gemaakt. Zo delen inwoners in de opbrengsten.

De provincie stopt er 180.000 euro per jaar in. Dit gebeurt vanaf 2018 en dan tien jaar lang.
De initiatiefnemers betalen het bovenwettelijke bedrag van vijftig cent per opgewekte MWh per jaar aan het gebiedsfonds. Dit is conform de NWEA-gedragscode Wind op Land. Dat betekent voor dit windpark ongeveer 200.000 euro per jaar. Dit is beschikbaar zodra de windmolens stroom leveren, naar verwachting vanaf 2020. De initiatiefnemers stoppen vijftien jaar lang geld in het fonds. Samen met het geld van de provincie is dat in totaal naar verwachting 4,8 miljoen euro.

De bedoeling is dat het fonds voor een groot deel wordt bestuurd door bewoners, bijvoorbeeld via een stichting. Inwoners krijgen hierin dus een flinke stem. Andere bestuurders zijn de instanties die betalen aan het fonds: provincie, initiatiefnemers en misschien later ook nog de gemeenten.

 

  1. Wat kunnen we zoal doen met het gebiedsfonds?

Eigenlijk zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt. Het geld gebruiken om woningen te isoleren, is een duidelijk voorbeeld. Maar het kan ook worden gebruikt om een dorpshuis elk jaar financieel te steunen of zonnepanelen op een school te leggen. Het kan worden gebruikt om snel internet aan te leggen in een gebied waar dat anders niet zo snel gebeurt. Ook zijn er plaatsen waar wordt besloten (een deel van) het geld te verdelen onder de mensen die dichtbij de windmolens wonen. Die bewoners krijgen dan elk jaar een bedrag op hun bankrekening bijgeschreven.

Allerlei ideeën zijn welkom. De provincie Drenthe coördineert het opzetten van het gebiedsfonds. Het doel is dat een bestuur van het fonds met daarin de belangrijkste stem voor de inwoners zelf bepaalt wat er met het geld gebeurt.

 

  1. Een gebiedsfonds: is dat een poging om bezwaar af te kopen?

Er zijn mensen die zeggen dat het gebiedsfonds en dergelijke moet voorkomen dat mensen bezwaar maken. Vooral tegenstanders van windmolens vinden dat. “Ik wil dat windmolengeld niet.” Maar volgens de initiatiefnemers van dit windpark doen inwoners zichzelf tekort als zij zo redeneren.

Duurzame energie uit wind biedt namelijk vooral de kans om de opbrengsten eerlijker te verdelen. Mensen die vlakbij een kolen- of gascentrale wonen, krijgen daarvoor geen cent. Terwijl het bij windmolens juist de bedoeling is dat inwoners er ook financieel van profiteren. Dat kan op allerlei manieren: door lid te worden van een coöperatie, door mee te investeren via obligaties of het gebiedsfonds.

Er zijn hiervoor twee redenen.
Ten eerste zijn windmolens in de buurt een grote verandering. Ook kunnen omwonenden er soms last van hebben. De initiatiefnemers van dit windpark en veel andere windparken in Nederland vinden dat omwonenden daarom naast de lasten ook de lusten moeten hebben.
Ten tweede is de wind van ons allemaal. Windmoleneigenaren verdienen daar geld aan door er stroom mee op te wekken. Maar omdat de wind van ons allemaal is, is het wel zo eerlijk om die opbrengsten onder elkaar te verdelen.

Stroom opwekken via windmolens biedt inwoners van dit gebied vooral kansen om er zelf ook beter van te worden. Als mensen zeggen dat dit slechts pogingen zijn om bezwaar af te kopen, negeren zij de vele kansen die er zijn. Daarnaast: wie bezwaar maakt tegen de windmolens, mag ook gewoon lid worden van een coöperatie, mee-investeren in een windmolen of meedenken over het gebiedsfonds.

 

  1. Hoe haal ik persoonlijk voordeel uit de windmolens?

Dat kan vooral door mee te doen met het windpark. Bijvoorbeeld door lid te worden van de burgercoöperatie De Windvogel.

Iedereen kan deelnemen die lid wordt kan profiteren van en meebeslissen over de opbrengsten. Voor eenmalig €50 euro bent u lid van coöperatieve vereniging De Windvogel. De coöperatie is eigenaar van de twee windmolens die zo in handen komen van de burgers. Daarnaast kunt u een bedrag naar keuze (een veelvoud van €50) investeren in het windpark. Daarover ontvangt u een goed rendement, wat we samen bepalen.

Bij voorkeur richt De Windvogel samen met de inwoners een lokale burgercoöperatie op. Zo blijven alle beslissingen over en opbrengsten van de windmolens bij de bewoners zelf. De lokale economie profiteert optimaal. Met het geld dat de lokale coöperatie beheert, kunnen er vele nieuwe (duurzame) projecten voor de regio gefinancierd worden. Zo zijn de windmolens een vliegwiel voor nieuwe duurzame ontwikkeling. Wilt u meehelpen om de lokale coöperatie op te bouwen? Stuur dan een mail naar info@windvogel.nl

Daarnaast kunt u projecten aandragen bij het gebiedsfonds. Als bijvoorbeeld het gebiedsfonds wordt gebruikt om woningen te isoleren, profiteert u daar ook van als uw woning zo onder handen wordt genomen. U krijgt een comfortabeler woning, uw maandelijkse energierekening daalt (fors) en uw huis wordt mogelijk meer waard.

 

  1. Hoe profiteert het gebied als geheel van windmolens?

Door het gebiedsfonds te gebruiken voor regionale projecten kan het hele gebied profiteren van de windmolens.

Daarnaast betalen de eigenaren van de windmolens elk jaar onroerende zaakbelasting (ozb) aan de gemeenten Aa en Hunze en Borger Odoorn. Dat is dezelfde belasting die elke woningeigenaar betaalt. Bij windmolens loopt dat flink in de papieren. Een deel daarvan moeten gemeenten inleveren bij de landelijke overheid, maar ze houden er sowieso wat aan over. Dat geld kan de gemeente bijvoorbeeld gebruiken voor voorzieningen in het gebied.

Via de coöperaties worden mensen mede-eigenaar van de windmolens. Zij bepalen dan ook wat er gebeurt met de opbrengsten. Daarvan kan de hele regio profiteren. De Windvogel heeft bijvoorbeeld in het Limburgse Neer geholpen een windmolen te plaatsen. De opbrengsten daarvan maakten het mede mogelijk dat er nu glasvezel ligt in een gebied dat een ‘digitale woestijn’ werd genoemd.

Bij de bouw van de windmolens worden bij voorkeur lokale bedrijven ingeschakeld. Voor de bouw van dit windpark zijn ongeveer 200 fulltime krachten nodig. Voor het onderhoud en management in de jaren daarna zijn ongeveer vijftien fulltime krachten nodig. Het is het beste om monteurs uit de directe omgeving te hebben.
En als bijvoorbeeld het gebiedsfonds wordt gebruikt om woningen te isoleren, kunnen bouwbedrijven uit de regio daar ook weer van profiteren. Zij hebben dan immers meer werk.

De windmolens zorgen ervoor dat dit gebied duurzame stroom krijgt dat in de buurt is opgewekt. Zo helpen de molens uiteindelijk om inwoners van dit gebied minder afhankelijk te maken van andere landen. Door zelf energie op te wekken in de eigen omgeving, is er steeds minder olie, kolen of gas nodig uit andere landen.

Misschien is het ook wel mogelijk ‘windmolentoerisme’ op te zetten rond dit windpark. Daarvan zijn al voorbeelden in andere delen van het land. Zoals in de Noordoostpolder waar een informatiecentrum is gemaakt. Inclusief rondleidingen langs de windmolens. Schoolreisjes zijn mogelijk en wie weet wat nog meer. Er worden in Nederland regelmatig open dagen gehouden waarbij een windmolen is te bezoeken en mensen uitleg erover krijgen. Deze open dagen worden vaak drukbezocht. Dit gebied in Drenthe kan een koploper worden op het gebied van duurzame energie. Het is goed mogelijk dat dit imago leidt tot verdere spin-off.

 

  1. Hoe kan ik stroom krijgen van deze windmolens?

Dat kan door lid te worden van de coöperatie De Windvogel of door klant te worden bij energiebedrijf Pure Energie. Zo kunt u heel eenvoudig aangeven uit welke windmolens u uw stroom wilt hebben. Als u precies wilt weten hoe dit werkt, kunt u contact opnemen met De Windvogel of energiebedrijf Pure Energie.

 

  1. Grondeigenaren krijgen toch geld voor de windmolens die op hun grond staan?

Voor grondeigenaren kan dat ook een welkome aanvulling zijn op hun inkomen. Het is algemeen bekend dat veel agrariërs/grondeigenaren in Nederland het niet makkelijk hebben. Lage prijzen voor melk, vlees of bijvoorbeeld aardappelen betekenen dat boeren minder geld krijgen. Veel boeren komen daardoor in de problemen. Met de inkomsten uit windmolens op hun grond houden zij het hoofd boven water. Dat is belangrijk, want zonder boeren geen eten.

Vaak zeggen tegenstanders van windmolens dat grondeigenaren hiermee geld verdienen over de ruggen van mensen die er omheen wonen. Dit klopt niet. Grondeigenaren verdienen er geld aan, maar zij leveren dan ook grond in en doen forse investeringen. Daarnaast zijn er voor omwonenden ook verschillende manieren om geld te verdienen aan de windmolens of er op een andere manier van te profiteren. Dat kan via het gebiedsfonds, door lid te worden van een coöperatie of door te investeren via obligaties in een windmolen.

 

  1. Waarom krijgen windmolens subsidie?

‘Windmolens draaien op subsidie’, is een leus die veel mensen in de mond nemen. Het klopt dat windmolens subsidie krijgen. Die is op dit moment simpelweg nodig om te zorgen dat ze geen verlies draaien. Maar daar zit een eenvoudig verhaal achter: de kosten voor de vervuiling van grijze stroom (uit aardgas en steenkool) zijn niet meegerekend en daardoor zijn deze soorten stroom momenteel goedkoper om te produceren.

Windmolens krijgen net als bijvoorbeeld grote zonneparken een SDE-subsidie. Dat staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie. De SDE betaalt het verschil tussen wat het kost om stroom te maken met windmolens en de verkoopprijs van stroom die is gemaakt met steenkool en aardgas.

Het is nu nog goedkoper om ‘grijze’ stroom te maken met steenkool en aardgas dan ‘groene’ stroom met de wind of zon. Als er geen subsidie is voor stroom uit windmolens, moeten consumenten meer betalen voor groene stroom. Dat doen uiteraard maar weinig mensen. Om te zorgen dat mensen niet meer betalen voor groene stroom en de eigenaar van de windmolen geen verlies maakt, verstrekt de Rijksoverheid subsidie aan windmolenstroom. Zo nemen meer mensen groene stroom en dat helpt de klimaatverandering af te remmen.

Alles over deze SDE-subsidie, inclusief de bedragen, kunt u hier lezen. En belangrijk om te weten: de subsidie wordt elk jaar minder, zodat windmolenbouwers worden aangespoord steeds goedkoper te werken.
Of de leus ‘windmolens draaien op subsidie’ klopt, is ook eens belicht door het onafhankelijk journalistieke medium de Correspondent. Dat kunt u hier lezen.

 

  1. Hebben dieren zoals vogels last van windmolens?

Dat kunnen ze wel hebben, maar de gevolgen daarvan zijn zeer klein ten opzichte van andere bronnen van dierenleed zoals snelwegen, katten en flatgebouwen. Dat geldt zeker voor windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Dit windpark ligt buiten beschermde natuurgebieden. Vogels en vleermuizen kunnen doodgaan door windmolens, veelal doordat ze er tegenaan vliegen. Maar dat gaat om heel weinig dieren, hooguit enkele tientallen. Uit de onderzoeken voor dit windpark blijkt dat de 45 windmolens eigenlijk geen effect hebben op het aantal vogels en vleermuizen in het gebied. Geen enkele diersoort komt hierdoor in de problemen. In dit rapport, bij paragraaf 6.5, kunt u daar nog veel meer over lezen. De instandhouding van dieren komt niet in gevaar en bovendien zijn er wettelijke afspraken hierover via de Flora en Faunawet.

In het algemeen kunnen vooral vogels en vleermuizen sterven door windmolens. Dat gebeurt vooral doordat ze er tegenaan vliegen of doordat het gebied waar ze voedsel zoeken wordt verstoord. Maar dat is niet anders dan bijvoorbeeld auto’s die een gebied verstoren of vogels raken. En waarschijnlijk heeft iedereen wel eens meegemaakt dat er thuis een vogel tegen het raam vloog. De belangrijkste conclusie is dat windmolens zeker niet veel vogels dood maken. Alleen al katten bijvoorbeeld doden in Nederland veel meer vogels dan alle windmolens samen.

 

  1. Komen er lichten op de windmolens?

    Ja, er komen lichten op de windmolens. Dat moet bij windmolens met een tiphoogte van meer dan 150 meter en de beoogde windmolens in dit windpark krijgen een tiphoogte van minimaal 175 meter. Deze verlichting zorgt ervoor dat de molens te zien zijn voor vliegtuigen.

Overdag moet er een wit licht branden en ’s nachts een rood licht. Op veel windmolens in Nederland staan knipperende lampen. Maar vanuit onder anderen omwonenden komt daarop de kritiek dat deze knipperende lampen storend zijn. Daarom is het nu mogelijk dat lampen op windmolens continu mogen branden, dus zonder te knipperen. Dat zorgt voor een rustiger beeld. Daarnaast mogen de lampen worden gedimd als het helder weer is. Bij helder weer zijn de lampen immers beter te zien en hoeven ze minder hard te branden.

Deze nieuwe richtlijnen worden ook toegepast bij de windmolens voor windpark De Drentse Monden en Oostermoer. Er wordt een speciaal verlichtingsplan opgesteld voor deze windmolens waarin al deze aspecten worden meegenomen. Het doel is dat er een balans komt tussen het zichtbaar maken van de windmolens vanwege de luchtvaartveiligheid en zorgen dat de lichten op de windmolens niet een te grote impact op de omgeving hebben.

 

  1. Verstoren de windmolens de telescoop van LOFAR?

Een belangrijk aspect is hoe de LOFAR-telescoop in Dwingeloo en de 45 windmolens naast elkaar kunnen bestaan. Deze telescoop doet onderzoek naar de ruimte, maar de elektromagnetische straling van de windmolens kan deze gevoelige telescoop verstoren. De initiatiefnemers van het windpark en Astron – eigenaar van de telescoop – hebben daarom afspraken gemaakt. Die liggen vast in een convenant. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat de telescoop en het windpark naast elkaar kunnen bestaan.

Een speciale coördinatiecommissie zorgt ervoor dat deze afspraken worden uitgevoerd. Die commissie bestaat uit de initiatiefnemers van het windpark, Astron, Agentschap Telecom en heeft een onafhankelijke voorzitter.

Een afspraak is dat er turbines worden gebouwd die minder elektromagnetische straling uitstralen. Zo wordt de telescoop minder verstoord. Het effect daarvan wordt gemeten. Als LOFAR dan toch nog te veel wordt verstoord, worden de windmolens op belangrijke momenten stilgezet.
Astron zorgt ervoor dat de telescoop beter wordt beschermd tegen de straling. Ook wordt voortaan ander ruimteonderzoek gedaan dat minder last heeft van de straling. Een gevolg is dat het LOFAR-onderzoek naar het vroege heelal stopt. Wel zijn andere ruimteonderzoeken mogelijk. De windmolens staan hierdoor waarschijnlijk ook vaker tijdelijk stil. Dan wekken zij  minder stroom op en zo leveren ook de initiatiefnemers van het windpark iets in.

Onder leiding van Agentschap Telecom komt er een nieuwe meetmethode voor de straling. Fabrikanten maken windmolens die minder straling afgeven. Daarna wordt uit die types een selectie gemaakt. Een onafhankelijke expert op het gebied van elektromagnetische straling helpt de initiatiefnemers van het windpark daarbij. 

Elektromagnetische straling van de windmolens heeft geen invloed op de gezondheid van de bewoners van het gebied. Overal waar elektriciteit is, tot aan het stopcontact aan toe, is elektromagnetische straling. Uit onderzoek is niet gebleken dat deze straling negatieve gevolgen voor de gezondheid heeft. Windmolens wekken veel elektriciteit op. Daardoor is er meer straling, maar dat blijft binnen de normen. De straling beïnvloedt LOFAR, omdat dit een heel gevoelige telescoop is.